|
Reeds in 1997 is er een Mer geschreven. En volgens de Commissie Mer is er geen aanvullend Mer nodig. In november 2004 is er een vergunning aangevraagd in het kader van de Wet beheer rijkwaterstaatswerken, waarin is aangetoond, dat is voldaan aan de eis, dat een constructie geen opstuwing in de Maas veroorzaakt. Pas in november 2006 heeft RWS deze vergunning geweigerd. Eind december 2006 is hiertegen bezwaar gemaakt. Op 16 maart 2007 (week 11) is een hoorzitting gehouden. Uitspraak Commissie binnen 4 weken. In week 24 nog geen bericht. De Milieuvergunning en de Wvo-vergunning zijn definnitief verleend. Een vergunning ihkv de Wet op de waterhuishouding is aangevraagd in maart 2006 en in oktober 2006 geweigerd. Eind november 2006 is een zienswijze ingediend, waarin is aangetoond, dat aan alle eisen van RWS wordt voldaan. De vergunning is in februari 2007 geweigerd. Hiertegen is beroep aangetekend. Op dezelfde locatie als de WKC wil RWS een vistrap aanleggen. Pas in het voorjaar van 2006 is de Wbr-vergunning aangevraagd, dus veel later dan voor de WKC. Uiteraard is tegen deze handelwijze bezwaar gemaakt en vooralsnog door de rechter toegekend. Het is natuurlijk heel merkwaardig, dat na jaren inspanning om een WKC aan te leggen, RWS ineens een vistrap wil aanleggen op precies dezelfde plek. Als alternatief voor de grote bekkenvistrap, die RWS wil aanleggen, is een hevelvistrap voorgesteld. Deze vispassage is veel compacter en kan gemakkelijk gebouwd worden tussen de WKC en de stuw in. Bovendien zijn de investeringen veel lager (1/3 van een bekkenvistrap) en is het onderhoud aanzienlijk goedkoper. Het is natuurlijk jammer dat Rijkswaterstaat dwars ligt in plaats van meewerkt. Met name omdat zowel het kabinet als de Tweede Kamer juist duurzame elektriciteits opwekking voorstaat. Op 14 maart 2007 zijn vragen gesteld in de Tweede Kamer door Groenlinks (nr. 2060709490). Pas op 4 mei 2007 (na 7 weken!) zijn deze beantwoordt door staatssecretaris Huizinga. Op 25 mei zijn aanvullende vragen gesteld door Groenlinks, VVD, SP, PvdA, SGP en CDA, onder meer of de handelwijze van RWS geen onbehoorlijk bestruur betekent (nr. 2060716240).
|